Naar de inhoud Naar de navigatie

Interview met filmmaker Paul Gadellaa: ‘Braille leeft.’

foto Paul Padellaa
Filmmaker Paul Gadellaa (foto Ysbrand Makkink)

Slechtzienden hebben nog steeds genoeg reden om braille te leren, vindt filmmaker Paul Gadellaa. Hij maakte in opdracht van de NVBS de voorlichtingsfilm ‘Louis Braille (1809-1852): Uitvinder, pionier, bevrijder’.

“Er bestaat natuurlijk allerlei spraaksoftware om blinden en slechtzienden te helpen, maar braille maakt de wereld veel beter toegankelijk,” stelt Gadellaa. “Met een brailleregel op je computer kun je gewoon navigeren en geschreven teksten zoals boeken, websites en e-mails lezen. Je hebt daarmee dezelfde mogelijkheden als ziende mensen. Bovendien hoef je niet de hele dag naar zo’n blikkerig robotstemmetje te luisteren!”
Gadellaa’s film gaat in het kader van het Braillejaar 2009 terug naar het begin van het brailleschrift. “In de achttiende eeuw bestond er alleen hoogdruk, waarbij je in reliëf gewone letters moest leren voelen,” vertelt Gadellaa. “Onmogelijk! Louis Braille heeft als scholier nog met die hoogdruk gewerkt, maar hij wilde meer: hij wilde alles kunnen lezen. Het briljante van hem is dat hij als zestienjarige jongen het brailleschrift bedacht: niet meer dan zes punten in 64 combinaties, een simpel systeem dat al tweehonderd jaar niet verbeterd is.”
Door het brailleschrift konden blinden en slechtzienden een wereld binnentreden die voordien voor hen gesloten was: ze kregen toegang tot de bijbelteksten, de geschiedenis, de wereldliteratuur. “Daarom noem ik Louis Braille een bevrijder, want hij heeft deze mensen bevrijd uit hun beperkte wereld,” zegt Gadellaa. “Natuurlijk duurde het tientallen jaren voordat zijn schrift erkend werd in het onderwijs en er een bibliothekennetwerk tot stand kwam, maar daarna was die bevrijding een feit.”

foto reliëfdruk
Hoogdruk was lang de enige manier voor blinden om boeken te lezen (foto Paul Gadellaa)

Rupsje Nooitgenoeg
Het zwaartepunt van de film ligt echter bij de constatering dat braille nog steeds volop gebruikt wordt en dat slechtzienden niet zonder kunnen. “Petje af voor Dorry de Kruiff, die de productie heeft gedaan,” complimenteert Gadellaa. “Zij heeft een aantal interessante mensen gevonden die vanuit diverse gezichtshoeken konden vertellen over praktische toepassingen van braille. Zo zien we in de film een blinde lerares die haar huis consequent heeft voorzien van braillemerkjes - op kruidenpotjes, theezakjes, cd’s, de wasmachine, noem maar op. Zij doet ook haar eigen administratie in braille en kan zich op die manier uitstekend redden. Aan de andere kant zien we een jonge student die heel modern alles op de computer doet: kranten lezen, chatten, informatica studeren. Of een oude pianoleraar die muziekbraille leest, een ontzettend leuke toepassing.”
Een sleutelscène is die waarin een Sensis-onderwijzeres twee leerlingen van zes en elf jaar aan de kijkers voorstelt. “Dat jongetje is braille aan het leren en kent al flink veel woordjes. Voor hem bestaan er boekjes over Winnie the Pooh en Rupsje Nooitgenoeg. En het meisje van elf leest dezelfde boekjes als haar leeftijdgenoten. Als je kinderen dát zou onthouden door het brailleschrift af te schaffen en bijvoorbeeld alleen onderwijs te geven met daisy-ceedees, zet je ze weer terug naar die beperkte wereld van vóór Louis Braille. Dan sluit je de deur weer af.”

Tekst: Ton Ceelen
Eerder gepubliceerd in Anders Bekeken jaargang 32 nr. 1, januari 2009